19/04/2023
Woensdagavond. Dat betekent maar één ding. Een kersverse DFM Clubride. Al vroeg op de dag hoor je mensen in de winkel al de weersvoorspellingen doorgeven en worden in het hoofd bij menig rijder de tactische beslissingen genomen. Wat wel en wat vooral niet te doen. Voeding, stoelgang, voorgevoel, bijgeloof, temperatuur, luchtvochtigheid, luchtdruk en wind worden nauwlettend in de gaten gehouden. Maar van al die dingen zijn er maar twee echt belangrijk: Windrichting en windkracht. Vandaag: Noord Oost Vijf. En iedereen weet dan dat we te maken gaan krijgen met een fenomeen waar je liever geen kennis mee maakt. Een fenomeen wat je als groepsrijder misschien het best kan omschrijven als een ongenode gast. Iets waar je niet naast wil rijden. Iets waarvan zelfs een profrenner de rillingen van door zijn fietsbroek voelt gieren. Inderdaad. Het Kantje. Ook nog weleens schuilgaand onder de naam De Kant, maar vooral bekend als een sluipende killer die je aan het begin van de rit niet opvalt, maar waarvan je later denkt: Ohja, die.
Met dat in het achterhoofd verzamelden zich vanavond weer ruim dertig fietsers waarvan, ja dat klopt, een aantal een zware rit voor de boeg hadden. En ja, het is natuurlijk het leukst om samen thuis te komen, maar soms is het lastig om iedereen bij elkaar te houden. Ook in de snelste groep, die als laatste vertrok voelde je de spanning en hoorde je bijna in ieders hoofd de hoop gonzen dat ene J B uit U het niet al te vroeg op zijn heupen zou krijgen. Of anders dat Wijk bij Duurstede op onverklaarbare wijze topografisch gezien zich in tegengestelde richting ten opzichte van onze rijrichting naar Nieuwegein zou slepen. Het was ijdele hoop. Met een lichte wind in de rug langs het kanaal richting de sluizen werd de pace gezet en sneed iemand zichzelf lelijk in de vingers. Alleen wist ie dat op dat moment zelf nog niet. Nog niet. Totdat we linksaf richting het viaduct van de A27 draaiden en we in de verte een vertekening van de lucht dachten te ontwaren als ware het een tastbaar gevoel van onbehagen. Tot in de diepste vezels van je sokken kon je een siddering voelen waarvan je achteraf kan zeggen: ik voelde het aankomen. Het Kantje. Wind schuin tegen, ruimte voor zes man, nummers zeven, acht en negen op Het Kantje: gefeliciteerd. Al vroeg op de dijk gaven de eerste slachtoffers zich gewonnen. Helaas. Maar de trein denderde verder. Sommigen op het tandvlees een kort kopbeurtje en vervolgens eenzelfde inspanning te leveren om weer aan te sluiten in het laatste wiel. Uiteindelijk een locomotief met vier wagonnetjes. De andere groepen bleven gelukkig wel behoorlijk bij elkaar, hoewel ook daar niet iedereen de wind helemaal kon trotseren. Een troost: Iedere volgende rit is makkelijker dan deze. We zouden tenslotte bijna vergeten dat er nog wat anders in de strakblauwe lucht hing: De Zon. De Zon, lieve mensen! Het is nu echt begonnen. De dagen worden langer, de broeken en mouwen weer korter. De zin en moraal worden sterker en de lucht wordt dunner. Een prachtig vooruitzicht.