25/05/2022
VRIJEN IN DE WEI IN AMERSFOORT
In de 17de eeuw was mei de maand van wassen en poetsen, maar ook van zingen en dansen. De winter was voorbij en de zomer lachte iedereen toe. In huis werd grote schoonmaak gehouden en werd de halfjaarlijkse was gedaan. De armen vervingen het stro in hun beddenzakken. De rijken vulden hun matrassen aan met zwanendons. De jongelui dansten om de meiboom en trokken er met hun geliefden op uit. In de herbergen werden ondeugende liedjes gezongen zoals:
‘Al hadde wy vijfenveertich bedden
Wy souden te mey één pluymken niet hebben
Om dat dus wayt,
Wy willen niet scheyden noch beyden
Tot dat haenken krayt.’
Het liedje gaat over een jong paar dat geen donzen bed nodig heeft, nog geen ‘pluymken’, want ze vrijen in de wei, de hele nacht. Een uitdrukking voor ‘heel lang’ was: ‘Zo lang de wind waait en de haan kraait.’ Dat het liedje in Amersfoort werd gezongen is heel waarschijnlijk, want het was op muziek gezet door Petit Jan de Latere en die was koorleider in Amersfoort. Petit Jan de Latere werd ergens tussen 1505 en 1510 geboren.
Veel meer interessante weetjes en onbekende verhalen in het full colour boek Amersfoort, Stad van m'n leven, verkrijgbaar via Bol: https://bit.ly/3gJR27Q.
Wanneer je het cadeau wilt doen aan iemand, dan personaliseer je online op boekscadeau.nl: http://bit.ly/3u84eZD met de naam van de ontvanger in en op het boek, je eigen voorwoord en zelfs een eigen foto. Zo heb je een super cadeau voor een echte Amersfoorter.