20/12/2020
Een artikel uit Tubantia er mooi weergegeven moet je echt lezen en graag delen
Winkeliers die weten hoe je heet
Nathalie
Cabaretier Nathalie Baartman legt vanuit Borne
Natuurlijk had ik het poeziëalbum voor mijn dochters verjaardag aan kunnen schaffen bij die ene website waar je alles kan schaffen. Bij die schatrijke website die met z'n advertenties elke menselijke oproep tot 'Koop lokaal' overschreeuwt. Maar ik vertikte het. Ik verdomde het.
Elke euro naar dat grote online warenhuis, is een euro minder naar de kleine mens om de hoek die bolletjes wol verkoopt. Elke euro naar die grootgrutter, is een euro minder voor de levendigheid van eigen dorp of stad. Elke euro naar die grote jongens, is een stap dichter bij de leegloop van kleine winkeltjes. Winkeltjes van mensen die je groeten, die je aankijken, die weten hoe je heet. Mensen die nooit zullen zuchten als je hen vraagt om drie cadeautjes in te pakken.
Ik raak altijd een beetje ontroerd van dat gekrulde strikje, vaak nog in mijn favoriete kleur. Dat weten ze dan ook. En ik weet niet hoe ze dat weten. Dat zijn winkeliers. Die moeten vechten voor hun brood. Die begrijpen dat dat ene strikje, met liefde gekruld, hun redding is tegen die grote jongens met distributiecentra langs de snelwegen. Grote jongens die bovenaan staan bij Google als je poeziëalbum intikt.
Winkeliers zijn mensen die 's nachts wel eens niet slapen, omdat het zo stil was in de stad. Winkeliers zijn mensen die met aandacht hun koopwaar tentoonstellen. Net die ene schoen een stukje naar links draaien. Winkeliers zijn mensen die zeggen: 'Ik breng het wel langs vanavond.' 'Je mag het ook volgende week betalen.' 'Wil je koffie?' Ik kan het weten. Mijn vader was een winkelier. Hij was gelukkig als mensen hun hart ophaalden aan al het moois dat hij verkocht. Er stond altijd een koektrommel op tafel.
De boekhandel belde me dinsdag. Het poeziëalbum dat ik bij hen besteld had, kon ik ophalen bij de bakker. Daar was een afhaalpunt gecreëerd. Boek en brood. Essentiëler kon het bijna niet.
En zo gebeurde het. Dat ik bij de banketbakker stond voor een poeziëalbum. Je zou er een versje over kunnen schrijven. 'Mooi dat het zo kan', zei ik tegen de vrouw die me het album gaf. Zorgvuldig ingepakt met kerstpapier. 'We wilden het aanvankelijk bij iedereen langs brengen, maar dat was niet te doen.' Ik zag de vrouw tot diep in de nacht met een rendier en een kar vol boeken door Twente trekken.
'We wilden het aanvankelijk bij iedereen langs brengen.' Het was exact deze zin die me raakte. Het onoverwinnelijke proberen. Het vinden van wegen. De mens als overlever. En ik was er ook eentje. Want ik koos niet voor het verleidelijke drukken op die ene bestelklik van gemakzucht. Ik had een daad gesteld. Ik was naar Hengelo gefietst om een poeziëalbum te kopen. En daarom scheen eenmalig de zon.
Dat deed-ie voor mij. Dat wist ik. Een land kan wel op slot gaan. Maar de verwondering overleeft alles.
de vinger op wat ons bezighoudt.